Voorbeeldzinnen (20)
De paniek en angst sloegen sloegen bij Jennifers dochter op een gegeven mioment ook om in boosheid.
Zodra zij hem zagen, sloegen Sulla's mannen de dienstmannen van de woestijnheer neer en sloegen hem in de ijzers.
Op dat ogenblik sloegen de vlammen al uit één van de auto’s en sloegen ze over naar de andere wagen.
Mannen sloegen vrouwen, vrouwen sloegen mannen.
We reden maar rond, sloegen een bivak op, reden weer verder, werden gevangen genomen, moesten weer wachten, trokken weer verder, sloegen weer ergens op, haalden een hooiberg leeg en dat ging dag in, dag uit zo door.
De man had eerder op de avond onenigheid gehad met twee mannen en deze kwamen op zondagochtend de woning aan de Bachlaan binnen en sloegen en schopten de man en sloegen een bloempot op zijn hoofd kapot.
Pompeius en zijn soldaten sloegen op de vlucht.
De omstandigheden van deze verdwijning sloegen de bevoegde diensten met verstomming.
Ze sloegen helemaal geen acht op de waarschuwing.
We sloegen ons kamp hier op om die keien.
We sloegen ze in elkaar.
Burt Hartman en z'n mannen sloegen m'n advocaat.
Deze eikels pakten me, en ze sloegen me.
Er waren krokodillen, normaal, groot of gigantisch... die een jonge Tyrannosaurus als een cocktailkersje achterover sloegen.
Onder bomdekking sloegen de sappeurs een bres in de Duitse verdediging.
Drie man sloegen hem neer en beroofden hem toen hij een concert verliet.
Ze vormden een cirkel en sloegen me.
Nadat ik hem naar Chappaqua reed, sloegen twee van zijn boeven, jongens met maskers op... me neer en hij stond daar maar en lachte.
Jullie sloegen de deur voor mijn neus dicht.
Aanvankelijk doof voor de kritiek sloegen de FIFA en de Qatarese overheid de laatste jaren voor het WK een andere toon aan.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl