Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Slootjes.

Slootjes

Voorbeeldzinnen (20)

De otter en bever zijn schijtbeesten die slootjes blokken en bomen kappen, slootje loopt dan over en dat is bij een dijk niet echt handig.

Hoe kan het land van polders en slootjes (alweer) kampen met droogte?

Je kan niet overal met troepentransport komen van te diepe slootjes.

Twee jaar geleden studeerde Schalkx af aan Artez Academy in Arnhem met de slootmotor, een brommer die reed op methaangas, dat hij eigenhandig verzamelde uit slootjes.

Zo ver als het zicht op deze bewolkte dag reikt, strekken de weilanden doorspekt met donkerbruine slootjes zich uit.

Als je al glijdend en glibberend over een natte buitenweg wil stoeien, met slootjes aan beide kant, lekker doen!

Boeren plaatsen schotten en zelfs skippyballen in slootjes om water vast te houden.

Daar liggen de slootjes standaard vol met afval.

De deelnemers uit Nederland, België en Duitsland, 450 in totaal, leggen een parcours af van ruim vijf kilometer over het strand, door het open water en de slootjes.

Opa's memoreren graag aan hoe ze over slootjes sprongen en in bomen klommen.

Volgens Postma leven er in de slootjes aan de drooggelegde kant slechts een paar vissoorten.

Biotechnoloog Susanne Hagen zegt tegen Scientias: “Stel dat je twee slootjes hebt die uitkomen in een grote rivier.

De waterschappen zijn alleen verantwoordelijk voor de waterkwaliteit van grote wateren, maar hoe dat zit met beekjes en slootjes?

Goed idee, geef die Groningers ergens een groot grasveld met wat slootjes en ze zullen zich al snel thuisvoelen.

Het leven in slootjes weet ik niet, zou kunnen.

Kijken of de slootjes er goed bij liggen?

Ook zal het groene aspect in samenwerking met kleine slootjes een onderdeel gaan worden van de toekomstige woonwijk.

Zeker nu er weer ijs op de slootjes ligt telt een gewaarschuwd mens voor twee.

Zou Rijkswaterstaat de opdracht hebben gekregen veel stroming te houden in die slootjes etc, zodat de boel niet kan bevriezen?

De rode Amerikaanse rivierkreeft gedijt prima in de slootjes van de Krimpenerwaard en de boeren in het veenweidegebied ondervinden er steeds meer schade van.