Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Smaakte.

Smaakte

Voorbeeldzinnen (20)

De vis smaakte als zalm.

De vis smaakte naar zalm.

De boter smaakte zuur.

De pizza smaakte goed.

De melk smaakte slecht.

Het smaakte zoet.

De kaastaart smaakte te zoet.

De zwaardvis was een beetje droog, maar smaakte goed.

De melk smaakte zuur.

Het brood dat ik in de supermarkt had gekocht smaakte niet zo lekker.

De wijn smaakte slecht, dus goot ik hem weg.

De wijn smaakte slecht. Ik heb hem weggegoten.

Ik wist dat het plastic was, maar het smaakte naar hout.

Waar smaakte dit roze snoepje naar?

Je bent gekomen omdat het naar meer smaakte.

Gerechtigheid smaakte nooit zo zoet... als in 'De Rechtbank'.

Het smaakte alleen een beetje raar.

Dat boek smaakte naar meer, zowel bij de schrijver als bij zijn lezers.

Dat smaakte inderdaad prima – maar dat is dan ook meteen het enige positieve wat over dit boek te zeggen valt.

Deze reis smaakte naar meer en vanaf toen doken we na elke vakantie achter onze laptops om een nieuwe reis te plannen.