Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Smeert.
Voorbeeldzinnen (20)
Hij smeert zijn achterste met boter en eet droog brood.
Je smeert mij alleen maar rotzooi aan.
Hij smeert alles onder!
Wie smeert mijn rug nu in met zonnecreme?
Wie smeert wie het eerst in?
Het is beter omdat het echt smeert.
Als je dan factor 30 smeert, kun je 300 minuten in de zon zitten.
Als je Mark Rutte op het bed van je pickuptruck smeert kan je er 100 jaar lang betonblokken mee vervoeren en valt er nog steeds geen krasje te bespeuren.
Bij het smeren maakt het volgens haar niet uit of je uit een spuitbus of een flesje smeert.
De Britse grootbank smeert u nu New York aan in plaats van de combinatie Londen, Frankfort, Parijs, Zurich en Amsterdam.
En de 7vink-elite smeert luidlachend echte roomboter op hun rustieke broden!
En tot slot: wie vaak smeert gaat de zon mogelijk vaker opzoeken.
Het kan zomaar gebeuren tijdens een feestje: iemand pakt de HomePod met vieze vingers vast, smeert er lippenstift op of gooit er een glas rode wijn overheen.
Het onweerstaanbare gevoel van smeltende chocolade in de mond komt volgens onderzoekers door de manier waarop het de tong smeert.
Hoe meer je experimenteert met wat je smeert, hoe groter de kans dat je je huidbarrière beschadigt: de misstap die veel narigheden verklaart.
In die cel gaat hij verder door het lint en smeert zijn ontlasting aan de muren.
In een ander videowerk is te zien hoe Van Rijckevorsel op de achterkant van een glasplaat met zijn vingers in natte verf smeert.
Je smeert de kosten immers over een langere periode uit en bent toekomstbestendiger.
Maar, hij denkt, daar val ik niet in de smaak, en dus smeert hij schoensmeer over zijn gezicht en handen.
Mevrouw, smeert u twee maal dagelijks met deze dure cremes.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl