Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Smeet.

Voorbeeldzinnen (20)

Uiteindelijk werd de leraar zo boos dat hij zijn boek door het klaslokaal smeet.

Mary smeet me uit de keuken.

Ze smeet het boek tegen de muur.

Tom smeet vandaag een natte spons naar me op school.

Maar Castro vertrouwde hem niet meer en smeet hem in de bak.

Ik herinner me dat je hem eens uit een Little League wedstrijd hebt gehaald en naar huis stuurde omdat hij zijn handschoen in de modder smeet.

Hij smeet hem van de trap.

De Fransman smeet zijn wiel net voor dat van Alberto Dainese (Team DSM).

De trainer trok zijn jasje uit, smeet dat in de dug-out en sloeg daarna met een boze blik een paar keer hard tegen het plexiglas van het hokje.

Doorheen het schooljaar miste ik geen enkele les en tijdens de blok smeet ik mij volledig.

Een van de Arabische apen smeet een vol blikje Heineken op mijn smoel.

Een zege of medaille zat er nooit echt in maar met een allerlaatste inspanning smeet de Brusselse zich nog naar de vijfde plaats.

Eerst smeet hij emmers verf over bezoekers en vervolgens rolde hij deze personen over een doek heen en weer: tijdgeest in optima forma.

Hij had er gezellig veel zin in en smeet zich helemaal.

Hij smeet hem in de hoek van de keuken en begon te slaan met zijn vuisten.

Hij werd miljonair door grote toernooien te winnen en smeet die rijkdom deels stuk aan mislukte investeringen in goudmijnen, een speurtocht naar de Ark van Noach en een plan om de Titanic te laten optakelen.

In totaal smeet Chelsea liefst 612 miljoen euro over de balk, wat zestien nieuwe spelers opleverde.

Nadat het kwartet was vertrokken begon voor de barmedewerker de ellende: de twee bedreigden hem, eisten geld en een van hen smeet een glas kapot.

Na veel geouwehoer smeet ze haar EU-papieren op de tafel.

Ooit smeet een woedende burger een miniatuurversie van het barokke gebouw in het gezicht van de toenmalig premier.