Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Smolt.

Smolt

Smolt | Smolten

Voorbeeldzinnen (20)

De zon kwam tevoorschijn en het ijs smolt.

De zon smolt de sneeuw.

Ze smolt sneeuw.

Al het ijs smolt in slechts één dag.

Het ijsje smolt op de stoep.

De boter smolt op de hete pannenkoeken.

Zijn laptop smolt toen hij porno downloadde.

Toen het ijs smolt, steeg de zeespiegel en liep de aarde onder.

Als zestienjarige verliet hij het ouderlijk huis, betrok een kamer in Arnhem en ging werken bij Billiton, een bedrijf dat lood en tin smolt.

Dat wantrouwen smolt als sneeuw voor de zon eens Metallica het podium opstormde.

Dat was ook de tijd van die reclame voor zure regen waarbij dat stenen beeld als het ware smolt.

De Massamancurry smolt in de mond, de kip met chili jam was zalig en de viscurry zo lekker dat we even het slechte weer vergaten.

De radio die ik zelf gemaakt had, smolt over mijn eindwerk en beschermde het tegen de vlammen.

En ook hoe in een breed aansprekende vorm steeds weer werd toegewerkt naar verrukkende hoogtepunten – het publiek smolt werkelijk.

In 1973 smolt die club samen met andere Brusselse clubs tot RWDM.

In de eerste seizoenen voelden deelnemers nog wat schroom om openlijk voor hun eigenbelang te kiezen, maar de voorbije jaren smolt die gêne weg en werd het wel erg makkelijk om geld te verbrassen.

Muntje smolt weer en water liep weg door klein gaatje.

Omdat die situatie 30.000 jaar lang aanhield, smolt een fors deel van de Groenlandse kappen.

Op de Groenmarkt werd al in vroeger eeuwen boter verhandeld, de overkapping moest voorkomen dat de boter smolt in tijden van hitte.

Tegelijk smolt de ozonlaag weg als sneeuw voor de zon, waardoor schadelijke uv-straling niet meer uit het zonlicht werd gefilterd.