Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snakkend.

Snakkend

Snakkend | Snakkende

Voorbeeldzinnen (17)

Nee de fatale doomdenkers willen dat we met gebogen hoofd, angstig en bevend, rillend van de kou, snakkend naar adem wachten op een einde.

Ga dat maar aan die Indiƫrs die buiten het ziekenhuis snakkend naar adem vertellen.

Die studenten in Breda, snakkend naar het gewone studentenleven.

In de woestijnhitte en met een luchtvochtigheid van 75 procent strompelden de marathonloopsters uiteindelijk over de finish, badend in het zweet en snakkend naar water.

Snakkend naar frisse lucht.

Het linkse schoftentuig blijft altijd blind achter de haat van de dag aanlopen, overal zoeken zij die oude socialist uit de vorige eeuw, snakkend naar duiding en leiding.

De volgende dag, na een zware dag in de redactiebunker, spoedde ik me richting Winterbok, om snakkend naar alcohol overmoedig een slok Grolsch Winterbok te nemen.

Hij wilde die laatste fase niet: snakkend naar het beetje adem dat hij nog naar binnen kon zuigen, strijdend tegen de pijn.

Spartelend en naar adem snakkend gaat dat voor de visser lastig.

Dit gaat mijn ratio te boven, snakkend naar de uitslag.

Ik snakkend naar koffie, hij met een lege pijp.

Snakkend naar personeel klopten bedrijven in 2022 aan bij Randstad.

Happend en snakkend naar een beetje zendtijd.

Kleur wordt een spanningsfactor, de gestiek evolueert van expressionistische gebaren naar het voorgeborchte van de taal; het klanklichaam zucht, ruist, gromt, snikt en raast, soms hoorbaar snakkend naar verlossing door het woord.

Ik krijg ze niet aan het huilen en het lukt me ook niet om ze te laten (haalt snakkend adem) zoals mij bij jouw boek overkwam, gisteren.

Snakkend van dorst proefden zij van het water, maar wat was dat?

Mens en meeuw wachten geduldig snakkend op de voorjaar..