Op deze pagina vind je 20 voorbeeldzinnen met Sneeuwen. Bekijk de betekenis, synoniemen zoals sneeuw en hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Sneeuwen in een zin
Gerelateerde woorden
Sneeuwen betekenis
het vallen van hemelwater onder de vorm van sneeuwvlokken
Synoniemen van Sneeuwen
Sneeuwen in het Engels
Voorbeeldtypes met sneeuwen
Hieronder zijn dezelfde voorbeeldzinnen gegroepeerd op lengte en zinsoort:
Misschien gaat het sneeuwen. (4 woorden)
Morgen gaat het sneeuwen. (4 woorden)
Morgen zal het sneeuwen. (4 woorden)
Het pad, door natuurgebied het Heidebos, is deel van… Kinderen laten het sneeuwen in Pupstudio Sneeuwen deed het nog niet tijdens de kerstvakantie, maar daar werd gisteren wat op gevonden in de Pupstudio van kunstenares Myriam G.S. Mestiaen. (39 woorden)
Heb ik me de hele week erop verheugd dat het donderdag zou gaan sneeuwen, nou is het donderdag, sneeuwt 't niet! (21 woorden)
Wanneer ik de gordijnen opende was het aan het sneeuwen. (10 woorden)
Gaat het sneeuwen deze avond? (5 woorden)
Heb ik me de hele week erop verheugd dat het donderdag zou gaan sneeuwen, nou is het donderdag, sneeuwt 't niet! (21 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Het pad, door natuurgebied het Heidebos, is deel van… Kinderen laten het sneeuwen in Pupstudio Sneeuwen deed het nog niet tijdens de kerstvakantie, maar daar werd gisteren wat op gevonden in de Pupstudio van kunstenares Myriam G.S. Mestiaen.
Misschien gaat het sneeuwen.
Morgen gaat het sneeuwen.
Het is begonnen te sneeuwen.
Vanmiddag gaat het misschien sneeuwen.
Heb ik me de hele week erop verheugd dat het donderdag zou gaan sneeuwen, nou is het donderdag, sneeuwt 't niet!
Waarschijnlijk zal het vanavond sneeuwen.
Gaat het sneeuwen deze avond?
Morgennacht zal het veel sneeuwen.
Een uur geleden stopte het met sneeuwen.
Volgens een weersvoorspelling zal het morgen sneeuwen.
Het is een uur geleden opgehouden met sneeuwen.
Morgen zal het sneeuwen.
Het was al de hele week aan het sneeuwen.
Wanneer ik de gordijnen opende was het aan het sneeuwen.
Het was aan het sneeuwen wanneer ik de gordijnen opende.
Ik geloof dat het morgen gaat sneeuwen.
Het begon te sneeuwen.
Het is mogelijk dat het gaat sneeuwen.
Morgen zou het kunnen sneeuwen.
Veelvoorkomende combinaties met sneeuwen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- het sneeuwen 31×
- te sneeuwen 30×
- gaat sneeuwen 30×
- gaan sneeuwen 18×
- sneeuwen en 16×
- met sneeuwen 12×
- sneeuwen in 7×
- morgen sneeuwen 5×
- sneeuwen dan 5×
- sneeuwen maar 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "sneeuwen" in een zin?
Wat betekent "sneeuwen"?
Wat zijn synoniemen van "sneeuwen"?
Wat is "sneeuwen" in het Engels?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "sneeuwen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl