Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snoepje.
Snoepje betekenis
stuk snoepgoed
Voorbeeldzinnen (20)
Daarna nemen ze een snoepje maar Van Duin nam de telefoon niet op en veranderde het snoepje gelijk in een appel en een banaan.
Dat snoepje wel en dat snoepje niet.
Alsof een kind een snoepje jat bij het tankstation en vervolgens boos is dat hij het snoepje terug moet geven.
Ik wil een snoepje.
Hij gaf haar een snoepje opdat ze hem met rust zou laten.
Mag ik een snoepje?
Probeer dit snoepje eens.
Dit snoepje kost tachtig cent.
Hier heb je een snoepje.
Wil je een snoepje?
Waar smaakte dit roze snoepje naar?
Wat voor smaak had dit roze snoepje?
Wil je 'n snoepje, kleine?
Zeg eens, mag ik je snoepje likken?
Denk je dat hij het erg zou vinden als we een snoepje eten?
Adventskalender met een snoepje achter elke datum.
Dan blijft het snoepje dus over.
De sneakers van de groene M&M deden Carlson toen al fulmineren over het feit dat een snoepje “minder sexy” moet zijn, en dat het bedrijf pas tevreden zou zijn als “elk karakter erg onaantrekkelijk en totaal androgyn” zou zijn.
Dit gedrag/gehuil komt over als een kind die om aandacht vraagt of een snoepje wilt hebben.
Dit ‘snoepje van de natuur’ smaakt naar karamel en wordt door health goeroes op TikTok en Instagram geprezen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl