Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snorde.

Snorde

Snorde | Snor | Snorders | Snorder | Snorn | Snorden

Voorbeeldzinnen (12)

Hij snorde voorbij Harm Vanhoucke: Wie kon deze Evenepoel stoppen?

In 2021 snorde de centrale weer bijna elke dag, en is de CO-uitstoot negen keer zo hoog als een jaar eerder.

Zo snorde YouTube-gebruiker blurayboy er drie op voor een choreografie van Michael Jackons Beat It.

Vandaag dook ze in haar appartement haar kledingkast in, snorde haar sieraden op, zorgde voor een passend make-upje en trok naar eigen zeggen ‘eindelijk weer eens iets fatsoenlijks’ aan.

Achter me kwam een horde wilden achter me aan, en ik snorde veilig weg.

Het was maar een halve centimeter lang en snorde laag over de tegels.

De website snorde ook nog even de beroepen van de dames op.

Het weerbericht jubelde en zijn scheepje snorde van plezier.

Boven een hoofd of vijftig snorde Rademakers’ juweeltje op een bescheiden doek.

De camera snorde en zijn rekening ook.

Binnen in café de Zon snorde de grote kachel en was het ronduit behaaglijk.

De klucht keerde, kwam terug en snorde laag over het net.