Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snorretje.

Snorretje

Snorretje | Snorretjes

Voorbeeldzinnen (20)

Duitse stikstofjes hebben allemaal een héél klein snorretje, dan wil de gemiddelde Duitser er niks mee te maken hebben en zwijgt ze liever dood.

En dan zo’n verveeld kereltje sturen met een vlassig snorretje wiens hele houding pure minachting schreeuwt.

En in een grijs verleden in een land niet ver bij ons vandaan een of andere mislukte Oostenrijkse kunstschilder met een mal snorretje en rare ideeen aan de macht geholpen.

Ghe, dat snorretje van Jetten, het stukje onder zijn neus is net wat donkerder en langer.

Het gaat niet alleen maar over Disney, ook het hele onderwijssysteem wordt gecensureerd, straks komen er nog boekverbrandingen, het enige wat DeSantis nog mist is dat rare snorretje!

Hij is dus gewoon een soort A.H. En nee, niet die persoon met dat snorretje.

Ik bedoel, je ziet op straat een jongeman met halflang haar en een snorretje.

Maar voordat je een snorretje of bril tekent op het gezicht van een politicus waar jij het niet mee eens bent, moet je goed nadenken.

Meestal is dat mannetje met dat snorretje het juiste antwoord, maar die was vrij dun.

Verder herken ik alleen professor Catteeuw: zijn kostuum en snorretje staan op mijn netvlies gebrand.

Waarschijnlijk heeft de aangesproken medewerkster ook een snorretje.

Weet je wie ook zo'n kapsel en een snorretje had?

Dat mannetje met dat snorretje.

Een man kreeg een snorretje opgeplakt, werd op een draagberrie gehesen en zo onder massale begeleiding door de straten gedragen.

Hadden ze nou maar allemaal een gek snorretje ofzo, dat zou wel zo makkelijk zijn.

Had 'ie ook zo'n snorretje.

Het zou volgens de vrouwen gaan om een man met blonde man van rond de dertig met een klein snorretje en blauwe ogen.

Mis enkel nog een snorretje op die foto met dat rechter handje.

Ze verhuisden terug naar België en het leek wel alsof men in zijn geboorteland in de gaten kreeg wat een geweldenaar de man met de robuuste bril en het getrimde snorretje toch was.

Een neger die lacht om een man met een klein snorretje die zit te schreeuwen.