Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snottebel.

Snottebel

Snottebel | Snottebellen

Snottebel betekenis

een niet al te nette of deftige vrouw | snot dat zichtbaar uit de neus komt

Voorbeeldzinnen (20)

Kermis in de hel, pas op voor de snottebel.

Dat je kind nu voor iedere snottebel thuis moet blijven, is in principe een stuk vervelender voor het kind dan een inenting.

En uiteindelijk gaan we toe naar een situatie dat iedereen met een snottebel plus coviddiagnose verplicht opgenomen wordt in het ziekenhuis, gewoon om die bedden op de covidafdeling een beetje vol te houden.

Hier en daar een snottebel.

Alle onzin over deze snottebel hoor ik liever niet.

Andermans groene snottebel is blijkbaar een prima manier om je immuunsysteem op te krikken.

Bibber een beef voor de snottebel des doods.

De meeste worden na een snottebel en een rochel niet ziek en na twee weken heeft het lichaam Covid-19 zelf geklaard.

Ik zie andere ouders die vragen stellen over een ander kind in de groep met een snottebel.

School belt, Uw kind heeft een snottebel wilt U hem ophalen.

Want hoe groot is de kans dat een niezend kind met een snottebel het coronavirus bij zich draagt?

Kennelijk hebben we reeds 144 Turkse moskeeën in dit land en die 144 Turkse moskeeën hebben allemaal een snottebel.

Omdat het joch een snottebel van hier tot Tokio had dacht Maria nog even aan de naam 'Rob', maar dat vond ze zo kinderachtig, dat ze toch maar ging voor Jayzus.

Die vervelende collega van zonet geef je een virtuele snottebel of duivelshoorntjes.

Drumpiet, die autoriteit heeft hij te danken aan zijn snottebel.

Hans wacht even tot de kerkklokken uitgesproken zijn en veegt in de tussentijd met een stoffen zakdoek de snottebel onder zijn neus vandaan.

Je herkent zeker het goudgele katje, zo’n soort snottebel dat het stuifmeel bevat.

De verliefde camera zoomt in op de schaterlachende krullenbol die speelt met een klein huilend jongetje met een snottebel.

Elke snottebel of hoestbui is er een die nooit meer terug komt!

Van een glimlach van een wildvreemde vrouw tot de snottebel van je kind op jouw wang.