Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Snotterseizoen.

Snotterseizoen

Voorbeeldzinnen (4)

Ik ben regelmatig verkouden tijdens het snotterseizoen; zal het onderhand ook wel te pakken hebben gehad.

Het coronavirus zou af en toe opduiken, her en der zouden plukjes mensen positief testen, maar over het algemeen zou het virus tijdens de warme maanden op de achtergrond sluimeren, in de slaapstand tot het begin van het snotterseizoen.

Het snotterseizoen duurt nog een week of 6, de vaccinatie schiet voor geen meter op en er is een zeer besmettelijke variant in ons land geconstateerd, eentje die in London al onbeheersbaar is.

Het is weer volop snotterseizoen.