Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Soepkip.

Soepkip

Soepkip | Soepkippen

Soepkip betekenis

kip die alleen geschikt is om er soep van te koken | dom persoon (meestal een vrouw)

Voorbeeldzinnen (17)

Ga plaatjes draaien soepkip.

Ik kan mij niet voorstellen dat die soepkip dat serieus bedoelde.

Maar die soepkip van een vriendin van mij wil dat hij naar school gaat.

Maarja ik verwacht ook niet dat een soepkip dit begrijpt.

Soepkip, één tip: Geloof vooral de poelier niet.

Soepkip is zo snel mogelijk weg uit Nederland.

Stel je niet zo aan joh soepkip.

Want ben ik blij dat we in Amsterdam Fem hebben gekregen en niet die nagemaakte soepkip.

Met zijn luide stem, zijn molenwiekende armen en heftige gelaatsexpressie doet hij me denken aan een soepkip die wanhopig probeert op te vliegen.

Een soepkip eerste klas.

Zij eindigen als soepkip of grondstof voor kipsnacks bij een slachterij in Friesland, de rest gaat naar het buitenland, vooral naar Polen.

Leg de soepkip in de pot, schenk er het water bij en zet het deksel op de pot.

Een goede soepkip staat er gelijk met een stevige antibioticakuur.

Trek een kippebouillon van de soepkip en alle ingredienten tot en met de rozemarijn.

Van de soepkip kun je ook een stukje vel erbij doen.

De echte winnaars zijn echter zijn ouders, 'samen met die ouwe soepkip van een slager'.

OUD-BEIJERLAND - Je bent een soepkip!