Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sonoor.
Sonoor betekenis
welklinkend, vol van toon
Voorbeeldzinnen (12)
Dit instrument heeft een prachtig sonoor geluid, zeker als je het op een winterse avond in de bossen en over de velden hoort schallen.
De ingipipa wordt ook wel de telefoonboom genoemd omdat een flinke klap met een stuk hot op de holle plankwortel een sonoor geluid voortbrengt dat mijlenver gehoord kan worden.
De poelkikker maakt een rustig regelmatig sonoor geluid.
Streisand kan nog steeds binnen enkele maten een sonoor timbre verruilen voor hemelse hoogten.
Naast haar was de grote ster van de avond de Ierse mezzosopraan Paula Murrihy (Sesto) die in haar beide grote aria's verbluffend gaaf, krachtig en sonoor zong.
Sonoor mengt zich daarin de klank van de cello, de tenor onder de stemmen der strijkers.
Zoals gebruikelijk begrijpt niemand waarover de brave man het heeft, maar het klonk alleszins geweldig sonoor.
Daarna barstte hij los in een schurend, sonoor, gedragen en meeslepend gezang dat de winderige avond geheel vulde.
Glijtonen, suspenseachtige noten, opzwepende ritmes: het grote gebaar viel samen met de muziek die sonoor uitgesmeerd werd door gedragen hout en koper.
Sonoor galmt de hoorn het sein voor de overtocht en voor je het goed en wel beseft meert de boot al weer aan in de haven van Texel, waar de passagiers in file aan land gaan.
Het koor legt een sonoor fundament onder een groots drama.
Sommige deelaspecten van gebaren zijn minder sonoor dan andere: ruwweg hebben grote bewegingen meer sonoriteit dan kleine, die op hun beurt weer sonoorder zijn dan stilstand.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl