Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Soppen.

Soppen

Soppen | Soppende | Soppend | Soppige | Soppeng

Soppen betekenis

voedsel in een drank dopen | met sop schoonmaken | (bij het kaartspel tachtigen) moedwillig een hoge kaart niet spelen

Voorbeeldzinnen (20)

Toen het begon te regenen, moesten we door de plassen soppen om thuis te raken.

Alle debiele kruidenvrouwtjes soppen op dit soort teksten en gedrag.

En die soppen om de jurk die ze aan heeft.

Geef er een stukje stokbrood bij om te soppen?

Ik zal nooit vergeten hoe D66 zat te soppen toen de gasprijzen door het dak gingen.

Ik zat in de les wiskunde te soppen voor Jezus.

De vrouwtjes soppen zich er helemaal wild op.

En dan soppen maar met die stukjes stokbrood in dat natuurlijke bakje dat de korst vormt.

En natuurlijk brood om lekker te soppen.

Maar van binnen soppen we.

Marijke van Administratie die tijdens de Zoom meeting lekker onder de tafel aan her soppen is, terwijl Jeroen van Sales er ook even een slinger aan geeft, terwijl hij voor zichzelf de video van Sandra van Debiteuren op vol scherm heeft.

Moet ik weer denken aan Diana Charité die altijd zat te soppen bij John de Wolf.

Yup, er is niks waar aandeelhouders harder van soppen dan recurring income.

Zand eraf borstelen, beetgaar koken, grofkorrelig zout erop en soppen in een kommetje gesmolten roomboter.

Zelfs in 2024 zal het heel moeilijk zijn om oprecht aan mensen te zeggen dat we geen welvaartsverlies gaan lijden om op te soppen wat er de afgelopen jaren gebeurd is.

Zero emissie, ekologisch zeer verantwoord en alle Groen Links adepten die spontaan van de kruk af soppen.

Daar soppen alle studentenvrouwtjes op, en dat zijn veel potentiële kiezerinnen.

Die soppen daarop met z'n allen.

Janine Abbring zat maar een beetje tegenover hem te soppen en de kritische vragen bleven natuurlijk achterwege.

Ruimtelijk soppen voor volk en vaderland.