Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Souden.

Souden

Souden | Soud | Souders

Voorbeeldzinnen (8)

Die vergunning gaf hij gedeeltelijk ook af uit eigenbelang: om te voorkomen dat de goederen van zijn neef Jacob "te niete souden gaen".

Die heel geern op den rugg te bleicken souden leggen!

In de haven van Pulo Cambir van de Japonnesen verstaen dat soo wij in haer landt wilden handelen, dat wij het genouchsaem souden vercrijgen.

Met die van Scipio niet souden ruylen willen.

Ofte dat het onmogelick is va drie linien twee triangels te hebben, die niet souden op malcander passen, ofte ghelijck zijn.

Groote vreucht mocht men besporen 10 Vanden Vorstelijcken Heer, Paltzgraef vanden Rijn geboren Want hy quam met groot begeer, Met so menich Bontgenoot En veel Heeren hy geboot, 15 Souden gaen, wilt verstaen, Om te trouwen Sijn Princesse uyt liefden groot.

Zy souden den Prins daer nemen waer Als hy met zijne Coetse daer, Nae Rijswijck soude varen, En is dit niet een droeve Maer?

Daer sijn er meer dan tien :Degene mij daerom wel geiren souden sien.