Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Spaart.

Spaart

Voorbeeldzinnen (20)

Zeker op rustige tijden scheelt dat een hoop gerem, voorkomt stress, zorgt voor een soepele doorstroming, spaart je remmen en spaart brandstof.

Hij spaart haar zoals hij de anderen niet spaart.

Vlaming spaart dubbel zoveel als Waal De gemiddelde Vlaming spaart bijna 19 procent van zijn inkomen.

De cijfers spreken boekdelen: 48 procent spaart structureel minder vaak dan niet-gamers, waarvan bijna zes op de tien wel regelmatig spaart.

Eenderde spaart een vast bedrag per maand en 61 procent spaart alleen als ze geld overhouden.

En omdat je (als je eenmaal 20% van je salaris spaart) maar een deel van de verhoging spaart, ga er voor je maandelijkse inkomsten toch op vooruit.

Wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet.

Ze spaart om naar het buitenland te trekken.

De computer spaart ons tijd en problemen.

Ze spaart geld om naar het buitenland te gaan.

Hij spaart elke maand geld.

Tom spaart geld voor een reis naar Australië.

Douchen met twee, spaart water en tijd.

Hij spaart tien dollar per week.

Mijn tante spaart al tien jaar servies.

Je spaart om het sparen?

En het spaart nog geld ook.

Waar spaart u zich voor ?

Beter goed bouwen voor de eeuwigheid, spaart op den duur heel veel geld.

Daardoor spaart Nijmegen nog maar net voldoende om de risico’s op te vangen.