Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Speelseizoen.

Speelseizoen

Voorbeeldzinnen (9)

Dat is van invloed op het speelseizoen en op de conditie van de golfbanen aan het begin van het speelseizoen.

In 2008, bij aanvang van het speelseizoen van de hoofdklasse, werd hij met 47 jaar en 5 maanden de oudste speler die ooit in de hoofdklasse uitkwam.

Tijdens het speelseizoen 1901/1902 waren echter financiële problemen tussen Bouwmeester en de Raad van Beheer er de oorzaak van dat hij zich terugtrok uit de vereniging.

Het is het enige vaste muziektheater van het land, dat in zijn systeem hoogstens tien verschillende stukken per speelseizoen brengt en dus op zo’n honderd voorstellingen per seizoen uitkomt.

Speeltuin Kindervreugd kan aan het begin van het bloei- en speelseizoen goed wat extra aandacht gebruiken.

De eerste zaterdag van ons speelseizoen was tegen BC Bios in Noordwijk.

Het speelseizoen loopt van 1 april tot en met 31 oktober.

Dit kan beslist niet elk jaar met dezelfde vogel of met alle mannetjes tegelijk, gezien het kweekseizoen tot juli/augustus loopt en de rui bij sommige vogels intreedt voor het einde van het speelseizoen.

Het meest recente speelseizoen was 2010, toen de 19e reeks voorstellingen werd opgevoerd.