Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Speeltje.

Speeltje

Speeltje | Speelt | Speeltjes

Speeltje betekenis

iets dat dient om mee te spelen; stuk speelgoed; voorwerp van vermaak | een voorwerp dat door een zuigeling gebruikt wordt om mee te spelen | gekscherend iets waar een groot iemand dol op is

Voorbeeldzinnen (20)

Als je een dergelijk budget kunt vrij maken voor een speeltje dan zijn hoge maandelijkse kosten voor zo’n speeltje ook geen punt en een stuk verstandiger wellicht.

Verkiezingen zijn het speeltje van een elite geworden en het volk wil niet zonder meer aan dit speeltje meedoen maar meer invloed.

Zo dom waren indertijd onze politici nou ook weer niet; het volk kreeg een -nutteloos- speeltje in de vorm van een referendum, maar onze politici zorgden er wel voor dat het speeltje geen struikeldraad voor hen zelf kon worden.

Zet twee kinderen bij elkaar, leg wat speeltjes neer en zie: zodra het eerste kind een speeltje heeft uitgekozen, wil het tweede kind ook met dat speeltje spelen.

Direct op het moment dat de hond de juiste keuze maakt, dus het speeltje weer los laat beloon je met het andere speeltje.

Met de hond spelen met een speeltje/ loslaten van het speeltje.

Ook ik heb Hope vandaag een waarschuwing gegeven, ik had een nieuw speeltje te pakken gekregen en was er mee aan het spelen toen Hope naar me toe kwam en het af wilde pakken, ze reageerde goed op mijn waarschuwing en bleef van het speeltje af.

Floor loopt nu regelmatig met een speeltje in haar bek rond en wanneer ze binnen moet komen, dan wordt het speeltje achter een struik of ergens in een hoekje verstopt.

Op deze manier krijgt de hond niet de ervaring dat hij er iedere keer met het speeltje vandoor gaat, maar hij leert het speeltje naar u terug te brengen.

Hij was tevreden met het speeltje.

Het kind had een woedeaanval omdat hij het speeltje wilde hebben.

Ik ben je speeltje niet.

Jullie hond zal gek zijn op dit speeltje.

Als kind had ik een Evel Knievel speeltje.

Mijn speeltje is stuk.

Toen het tijd werd om zijn speeltje te delen, weigerde hij botweg.

Dat speeltje heb je vast van Mr.

Maar toen kreeg ik een speeltje tegen m'n hoofd.

Theon was een waardevolle gijzelaar, niet jouw speeltje.

Aprés speeltje Dat kon nog wel eens vies tegenvallen.