Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Speet.

Speet

Speet betekenis

stokje of pen waaraan men vis zoals bokking of paling kan rijgen

Voorbeeldzinnen (20)

Het speet haar dat anderen daar anders over dachten en het speet haar dat het nu over die uitspraak moest gaan, terwijl ze het liever wilde hebben over de zorg.

Als je de makreel aan een speet rijgt, prik de speet dan door de ogen van de vis.

Het speet mij dat ik zoveel tijd verloren had.

Urenlang bekritiseerde zij alles en iedereen hevig, en vervolgens zei ze, tussen tranen door, dat het haar speet.

Het speet ons het nieuws te horen.

Tom en Marie zeiden dat het hun echt speet.

Het speet me van haar te horen.

Ik zei dat het me speet.

Het speet mij dat ik tegen haar gelogen had.

Het speet mij dat ik hem belogen had.

Tom zei dat het hem speet.

Hij sms'te haar om te zeggen dat het hem speet.

Tom zei me dat het hem speet.

Hij zei dat het hem niet speet.

Wat speet me dat!

Je ging weer zeggen dat 't je speet.

Gaf hij zichzelf over en zei dat het hem speet.

Ik zei dat het mij speet.

Speet werd wat ouder en het bergbeklimmen ging hem steeds minder goed af.

Zijn werk in de autobranche vond Speet prachtig, maar toen in de jaren negentig de crisis uitbrak en zijn bedrijf dat niet overleefde, zocht hij het echte avontuur op.