Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Spierwit.

Spierwit

Spierwit | Spierwitte

Spierwit betekenis

bijzonder bleek, vooral als gevolg van ziekte, shock, angst

Synoniemen van Spierwit

wit

Voorbeeldzinnen (20)

Je bent spierwit!

Het is spierwit.

Het was er kaal, alle muren waren spierwit.

In een spierwit shirt, broek én Dr. Martens, (maar met rode bretels, veters en sokken) komt hij heupwiegend en schaatsdansend „het gladste podium ooit” opglijden.

Mijn roots liggen binnen onze grenzen en mijn billen zijn spierwit.

Onder meer Siska Schoeters, Tine Embrecht en Ella Leyers, die kwam supporteren voor haar vriend Rik Verheye, zagen hoe Dieter Coppens en co. hun act begonnen in spierwit marinekostuum.

Het is wat we noemen een Bounty; bruin van buiten maar spierwit van binnen.

Dave liet in Turkije zijn tanden voorzien van facings, met als resultaat dat zijn gebit nu spierwit is.

Dave Roelvink liet vorige week in Turkije zijn tanden voorzien van zogenaamde facings, met als resultaat dat zijn tanden nu spierwit zijn.

De organisatie zelf is, op een uitzondering na, spierwit.

De ‘Sophia’-trouwjurk in kwestie is spierwit, heeft een bescheiden decolleté, ook op de rug, en kanten mouwen.

Die allerlei grijze (of zelfs zwarte) gebieden spierwit duiden.

Ik ben zelf namelijk ook spierwit en vind dat niet erg hoor.

Ken slechts twee tinten: tomaatrood en spierwit.

Of neem nu de reclamesector: een hippe branche, maar spierwit.

U moet weten, Sas is spierwit en heeft DUS een koloniaal archief van formaat.

Zo had Bella Hadid een gitzwarte jurk aan met veel tule, zus Gigi droeg een spierwit, volumineus exemplaar.

De net verpopte kever is eerst spierwit, na enkele minuten geelbruin, na een uur roodbruin en na enige dagen pas diepzwart.

De zomervacht is grijsbruin en de wintervacht spierwit, maar de puntjes van de oren en de voetzolen blijven het hele jaar door zwart.

Het gebouw werd elf verdiepingen hoog (het hoogste punt is 47 meter) en had in eerste instantie een spierwit uiterlijk van schoon beton.