Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Spinnendoders.

Spinnendoders

Spinnendoders | Spinnendoder

Spinnendoders betekenis

een familie van insecten die behoren tot de vliesvleugeligen. Het zijn vrij grote wespen die hun naam danken aan een opmerkelijke vorm van broedzorg. De familie vertegenwoordigt ongeveer vijfduizend soorten, en vormt daarmee een relatief kleine en onbekende groep van insecten

Voorbeeldzinnen (20)

Dit komt bij de spinnendoders in het geheel niet voor.

Een aantal soorten spinnendoders keert de spin om en steekt de spin vervolgens in de onderzijde van het achterlijf.

Een aantal spinnendoders maakt geen echt nest maar stopt de spin simpelweg in een spleet die groot genoeg is.

Het metasoma is bij de spinnendoders langwerpig van vorm en nooit verdikt.

Iedere groep van spinnen heeft verschillende soorten spinnendoders als belangrijke vijand.

Over de ontwikkeling van de spinnendoders uit de wespen is nog weinig bekend.

Spinnendoders hebben een opvallende kop met grote ogen, lange en dikke antennes en vaak zeer krachtige kaken.

Spinnendoders hebben gekleurde vleugels, dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere vliesvleugeligen die transparante vleugels hebben.

Spinnendoders worden over de gehele wereld aangetroffen en vooral in de tropen.

Spinnendoders zijn opvallend actieve wespen die druk heen en weer lopen op zoek naar een geurspoor van een spin.

Van enkele parasitaire soorten spinnendoders is de voortplantingswijze pas relatief recentelijk ontdekt.

Veel spinnendoders kunnen echter zowel eieren afzetten als een steek toebrengen met de legbuis.

Maar de achtpoters worden op hun beurt gepakt door zespotige spinnendoders.

De spinnendoders vallen onder de superfamilie wespachtigen of Vespoidea.

In Nederland komen ongeveer 65 soorten spinnendoders voor.

Sommige andere insecten zijn in de loop der evolutie op de spinnendoders gaan lijken, zodat vijanden verward raken en de onschuldige insecten voor de zekerheid met rust laten.

Spinnendoders doden de spin meestal niet direct, maar verlammen hun prooi zodat deze blijft leven en in een sluimertoestand geraakt.

Spinnendoders hebben in vergelijking met andere vliesvleugeligen relatief lange poten; vooral het achterste (derde) potenpaar is erg lang.

Spinnendoders hebben nooit een vergrote uitwendige legbuis of ovipositor zoals veel sluipwespen.

Spinnendoders vallen op door hun slanke lichaam en relatief lange poten.