Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Spoelde.

Spoelde

Voorbeeldzinnen (20)

Tom spoelde drugs door het toilet.

Tom spoelde de borden af en zette ze in de vaatwasser.

Tom spoelde de pillen door de wc.

Er spoelde een krat aan.

Tom spoelde zijn mond.

Maria spoelde haar mond.

Ziri spoelde de druiven.

Het spoelde onze spaarcenten weg.

Ze spoelde vóór de explosie aan en tegen het getij in.

Cycloon Freddy spoelde een dorp in Malawi volledig weg.

Een grote golf walging spoelde over me heen.

Het rivierwater spoelde dan de grond onder de toren weg.

Op 28 januari 1742 spoelde een bouwvallig schip aan op de kust van Brazilië.

Op Evia, bij de stad Limni, spoelde regen zoveel modder in zee dat de baai een rode kleur kreeg.

Vorig jaar alleen al spoelde een 'kleine hoeveelheid' van 243.000 'migranten' ons land binnen - Elkaar vertellend via smartphones - En dan is de familie nog niet eens herenigd.

Zondag spoelde voor het eerst sinds 1850 een orka aan op onze Belgische kust.

Aan de havenkant spoelde de tsunami verwoestend over alles heen.

Daarna spoelde het water de auto de straat op.

De orka spoelde vorige week zaterdag twee keer levend aan op het Nederlandse strand, maar overleed in de avond, ondanks alle reddingsacties.

De walvis spoelde aan in Nederland.