Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Spoorwiel.

Spoorwiel

Spoorwiel | Spoorwielen

Voorbeeldzinnen (20)

De naam is pas ontstaan in de twintigste eeuw, en verwijst naar het feit dat de molen een nogal klein spoorwiel had en daardoor erg snel draaide.

De olieslagerij wordt via een kroonwiel op de tweede koningsspil aangedreven door het spoorwiel op de koningsspil.

Een spoorwiel dat uit één geheel bestaat is een volwiel.

Het bovenste spoorwiel heeft 48 kammen ook met een steek van 8,8 cm.

Het spoorwiel in een pelmolen wordt het ravenswiel genoemd.

Ook kan de luitafel één geheel zijn met het spoorwiel.

Voor die tijd was het logo een gevleugeld spoorwiel, dat in de loop der tijd steeds meer gestileerd werd.

En juist dat spoorwiel was door de boktor en de bonte knaagkever helemaal kapot gevreten.

Het spoorwiel zet de twee steenrondsels in beweging.

Om slijtage aan het houten gangwerk te voorkomen zijn een aantal staven uit het rondsel van het spoorwiel genomen, zodat deze niet meer meedraait.

Het ijzeren tussendrijfwerk tussen motor en spoorwiel is nog aanwezig.

Onder deze koningsspil zit het grote spoorwiel.

Alleen het binnenwerk in de kap en het spoorwiel bleven gespaard.

Daarnaast is er een pletter (walsenstoel) aanwezig die ook via een spoorwiel en twee kamraderen wordt aangedreven door een waterrad.

Een spoorwiel bestaat uit een licht tapse wielband, aan de binnenkant begrensd door de flens, een opstaande rand.

Het andere, dat grotendeels van ijzer is, loopt bovenop het spoorwiel.

Het spoorwiel kan opgebouwd zijn uit vier kruisarmen met plooistukken en daarop de boven- en ondervelg.

Maalkoppels De eerste van de twee waterraderen drijft via een spoorwiel twee maalkoppels aan met 15er (130 cm doorsnede) z.g. blauwestenen.

Boven op het spoorwiel kan een luitafel voor het ophijsen (luien) zitten.

Daarom heeft de molen voor de aandrijving van de maalkoppels een koningsspil met rondsel die het spoorwiel aandrijft, dat op zijn beurt weer de twee achtermolens aandrijft.