Op deze pagina vind je 3 voorbeeldzinnen met Sportkunde. Ontdek hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Sportkunde in een zin
Context rond Sportkunde
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 19.3 woorden
- Plaats in de zin: 1 begin, 2 midden, 0 einde
- Zinsoorten: 3 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Sportkunde
- In deze selectie staat "sportkunde" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 19.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral studeert, docent, student en marit op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "sportkunde".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn grolleman docent sportkunde aan windesheim en hij studeert sportkunde de rechter. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "sportkunde" dicht bij woorden als aaaaa, aaaaahhh en aabo, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met sportkunde
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Hij studeert sportkunde, de rechter noemt hij „meneer”. (8 woorden)
Martijn Grolleman, docent Sportkunde aan Windesheim, stapt vandaag op zijn racefiets om kerstkaarten naar zijn leerlingen te brengen. (18 woorden)
Hilda Rozendal, Harry Sanders en Sjoerd Veenma reageerden op deze oproep en samen met tweedejaars student sportkunde Marit Sanders organiseren zij dit jaar op woensdag 19 juni de Kidsrun, BuiningRun en Dorpsloop. (32 woorden)
Hilda Rozendal, Harry Sanders en Sjoerd Veenma reageerden op deze oproep en samen met tweedejaars student sportkunde Marit Sanders organiseren zij dit jaar op woensdag 19 juni de Kidsrun, BuiningRun en Dorpsloop. (32 woorden)
Martijn Grolleman, docent Sportkunde aan Windesheim, stapt vandaag op zijn racefiets om kerstkaarten naar zijn leerlingen te brengen. (18 woorden)
Hij studeert sportkunde, de rechter noemt hij „meneer”. (8 woorden)
Voorbeeldzinnen (3)
Hij studeert sportkunde, de rechter noemt hij „meneer”.
Martijn Grolleman, docent Sportkunde aan Windesheim, stapt vandaag op zijn racefiets om kerstkaarten naar zijn leerlingen te brengen.
Hilda Rozendal, Harry Sanders en Sjoerd Veenma reageerden op deze oproep en samen met tweedejaars student sportkunde Marit Sanders organiseren zij dit jaar op woensdag 19 juni de Kidsrun, BuiningRun en Dorpsloop.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "sportkunde" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "sportkunde" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl