Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sproeten.

Sproeten

Sproeten | Sproet | Sproetjes | Sproetje

Voorbeeldzinnen (20)

Blitzkrieg toont zijn domheid: er zijn blonde en donkerharige mensen, mensen met ronde ogen en spleetogen en mensen met sproeten en zonder sproeten, dat zijn allemaal verschillende mensenrassen.

Ze heeft geen sproeten.

Beter een wrat op de rug dan sproeten in het gezicht.

Maria heeft een lichte huid met sproeten.

Tom heeft sproeten.

Ze heeft wat sproeten.

Je hebt helemaal geen sproeten.

Tom heeft sproeten en rood haar.

Tom heeft rood haar en sproeten.

Hij heeft geen sproeten.

Ik ben van nature roodharig, dus ik heb zeker sproeten.

Nu krijg ik nog meer sproeten!

Ik kijk naar beneden, zie z’n statische fluishaar, de sproeten op z’n dopneus en leg m’n telefoon weg.

Ik verbrand iedere zomer levend en krijg er slechts sproeten voor terug.

Je kunt nu eenmaal niet met ons meedoen met een simpele rode pruik en een paar getekende sproeten.

Vroeger werden ze met dikke lagen make-up weggewerkt, tegenwoordig zijn ze helemaal in: sproeten.

Ik vond Pippi Langkous ook erg goed, alleen die sproeten vond ik storend.

Ik zie ook niemand met sproeten.

Verder had ze een lichte huid met sproeten.

Maar ja, sproeten komen natuurlijk wel het meest voor bij mensen die verder erg makkelijk verbranden.