Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Spurtten.

Spurtten

Voorbeeldzinnen (16)

Ik heb nog meegemaakt dat twee kloeke twintigers overdag in de keuken van een woning een verbouwereerd vrouwtje aantroffen: ze spurtten meteen het huis uit.

Tom Wijfje (Ter Aar) en Niels Immerzeel spurtten naar plek zes en acht.

Zo snel als ze konden spurtten de fans naar de mainstage om de beste plaats te bemachtigen.

De bestelwagen raasde de straat uit richting de Te Boelaerlei, de vier jongeren spurtten erachteraan.

Enkele jaren geleden leken we ook in de perfecte storm te zitten met het handelsconflict tussen de VS en China, de pandemie en grote problemen in de Duitse automobielsector, maar daarna spurtten de beurzen naar omhoog.

Daar spurtten de inflatiecijfers in april naar 4,2%, het hoogste niveau sinds midden 2008.

Maar misschien een pak belangrijker: Eden Hazard én Axel Witsel spurtten vol mee.

Na een kwartier spurtten Amuzu en Doku de Franse defensie naar huis en kreeg Anderlecht een eerste mogelijkheid, maar Amuzu talmde.

Twaalf renners spurtten om de overwinning.

Het hele dorp ging naar dezelfde lagere school en als meester Heerkens ons om kwart over drie het sein gaf om uit te waaien spurtten we naar huis voor een bakje thee en oude spijkerbroek.

Dan spurtten we om de zege.

Meteen nadat Paul Manafort, de voormalig campagneleider van Donald Trump, woensdag schuldig werd bevonden voor onder meer belastingontduiking en bankfraude, spurtten een heleboel journalisten razendsnel de deur uit.

Van Belgische zijde spurtten Jerome Baugnies en Kevin Deltombe in de groep-Boasson Hagen naar een negende en tiende plek.

Borut Bozic en Jimmy Casper spurtten respectievelijk naar de tweede en derde plaats.

De overvallers spurtten ervan door.

Nys verloor in de slotwedstrijd in Pijnacker zijn eerste plaats in de wereldbeker omdat zijn Belgische medegezellen in de achtervolging op Richard Groenendaal in extremis nog voor hem spurtten.