Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Staartbasis.

Staartbasis

Voorbeeldzinnen (20)

Al eerder had Bakker gemeend dat de hoge kam diende om de flexibele staartbasis tot voortstuwingsorgaan in het water te maken.

Alle bekende vormen waren voor zover bekend tweevoeters en bezaten een verdikt schedeldak en brede romp en staartbasis.

Bepaalde kenmerken wijzen op een goed loopvermogen: de achterpoten zijn lang ten opzichte van het lichaam als geheel; het onderbeen is lang ten opzichte van het dijbeen; de kleinere voorpoten werken gewichtsbesparend; de staartbasis is zwaar gespierd.

Bij Archaeopteryx draagt na de veerloze staartbasis van vijf à zes wervels iedere wervel een verenpaar.

Bij de bladstaartgekko's zit dit breukvlak echter aan de staartbasis, zodat bij autotomie de gehele staart verloren gaat.

Bij Diluvicursor is de staartbasis opvallend laag en breed.

Boven de staartbasis bereikten ze de grootste hoogte, wel tot een meter lengte.

Colbert trof enkele verbeende pezen aan; daaruit kan geconcludeerd worden dat de achterste rug en de staartbasis door deze verstijfd waren.

Dat richt de staartbasis omhoog, iets wat talloze skeletopstellingen en illustraties fout weergeven.

Dat voorkomt het doorzakken van de staartbasis, maar geeft die ook een vergrote zijdelingse beweeglijkheid zodat de staart als wapen gebruikt kan worden.

De chevrons van de staartbasis zijn lang maar worden naar achteren toe snel kleiner.

De dikke staartbasis compenseerde voor het gewicht van de lange nek.

De doornuitsteeksels van de staartbasis zijn hoger maar erg dun en naar achter hellend.

De doornuitsteeksels van de staartbasis zijn sterk gereduceerd: alleen de voorste drie wervels hebben ze, in vorm van lage bulten.

De doornuitsteeksels van hun staartbasis zijn relatief hoger.

De positie van de stekels is niet geheel zeker aangezien ze bij de staartbasis gevonden zijn maar de verstijvende verlengde chevrons aan het uiteinde van de staart deden vermoeden dat de stekels daar hun plaats hadden.

De romp is zo'n drie centimeter lang en eindigt in een vrij lange nek die verbonden is aan een langwerpige spitse schedel; de afstand tussen snuit en staartbasis is zestig millimeter.

De staartbasis draagt erg hoge doornuitsteeksels die samen met een smal maar ver uitstekend zitbeen de indruk wekken dat de romp ver naar achteren doorloopt.

De staartbasis draagt zo een vrij hoge kam; doordat de staart relatief kort is, vormt deze een tamelijk scherpe punt; de onderzijde daarvan loopt vrijwel horizontaal doordat de chevrons veel geleidelijker in lengte afnemen.

De staartbasis is duidelijk zwaarder dan bij T. rex met hogere wervellichamen en schuin naar achteren stekende doornuitsteeksels.