Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Staartuiteinde.

Staartuiteinde

Staartuiteinde | Staartuiteinden

Voorbeeldzinnen (11)

De staart is kort en mist een duidelijk overgangspunt naar de middenstaart, eindigend in een pygostyle, een vergroeid staartuiteinde.

Een kronkelende staart zou het dier hebben kunnen voortstuwen maar dan zou men vinnen aan het staartuiteinde verwachten.

Nog langer, met een lengte van dertig centimeter, zijn de penveren aan het staartuiteinde die een ruitvormige waaier vormen.

Typisch zijn er twee osteodermen die links en recht aan de zijkant versmelten en een kleinere aan het staartuiteinde.

Zulke "biconvexe" wervels kunnen ook voorkomen aan het staartuiteinde.

Aan het staartuiteinde bevond zich een vrij korte, vijfentwintig centimeter lange, hamerachtige knots, die met een snelle zwaai een roofdier de botten kon breken.

De soortaanduiding is afgeleid van het Latijnse vimineus, "twijgvormig", en cauda, "staart", een verwijzing naar het verdunde en door lange werveluitsteeksels verstijfde staartuiteinde, de hendel van de staartknots.

Dong nam aan dat Huayangosaurus net als de meer bekende Stegosaurus twee paar lange stekels op het staartuiteinde had, terwijl de middenstaart korte vinnen toonde het totaal aan paren platen op een twintigtal brengend.

Een mogelijke thagomizer op het staartuiteinde is onbekend; wel is er een beenstekel gevonden maar die lag bij het scapulacoracoïde en kan dus een spina parascapularis geweest zijn, een schouderstekel.

Gegeven het feit dat Nomingia hoogstwaarschijnlijk warmbloedig en bevederd was, heeft dit de vraag opgeroepen of dit staartuiteinde voorzien was van lange slagpennen of zelfs een, al dan niet opzetbare, waaier van veren.

Het is gesuggereerd dat het hier zou kunnen gaan om afgebeten staartpunt die later geheeld is of om een dier waarvan het staartuiteinde door een infectie in de vijf versmolten wervels eraf gerot is.