Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stadhouderschap.
Stadhouderschap
Stadhouderschap betekenis
het stadhouder zijn; de functie van stadhouder
Voorbeeldzinnen (20)
Hij werd kamerheer aan het Bourgondische hof, en Filips de Goede belastte hem onder meer met het stadhouderschap van Namen (1448), het stadhouderschap van Luxemburg (1452).
Het was destijds helemaal niet de bedoeling om het stadhouderschap overerfbaar te maken.
Al in zijn jonge jaren onder het stadhouderschap had hij liberale ideeën, zoals de noodzaak van een grondwet en eenheidsstaat, mede om de strijd tussen en prinsgezinden te overstijgen.
Verder was bepaald dat het kapitein-generaalschap in de overige gewesten nooit verenigd kon worden met het stadhouderschap.
Frederik Hendrik, die na Maurits het stadhouderschap verwierf, slaat de auteur over.
Hier vocht hij tegen zijn voormalige bondgenoot, de Franse vorst Frans I. Vanwege Van Rossums trouwe dienst, beloonde Karel V hem in 1553 met het stadhouderschap over de provincie Luxemburg.
Amalia trachtte daarmee te verduidelijken dat de Oranjes een moreel recht hadden op een erfelijk stadhouderschap.
Het stadhouderschap werd hetzelfde jaar weer opgeheven.
In februari 1577 wilde Oranje ook weer zijn Utrechtse stadhouderschap op zich nemen, maar stuitte daarbij op weerstand.
Met het herstel van het stadhouderschap tijdens het Rampjaar 1672 werd deze akte afgeschaft en werd het kapitein-generaalschap in 1674 in de mannelijke lijn erfelijk verklaard, dat daarmee samen kwam te vallen met de dynastie van de Oranje-stadhouders.
Na het herstel van het stadhouderschap verloor de familie Van de Poll aan macht.
Sinds 1452 werd het woord generael aan de functie toegevoegd als het stadhouderschap voor meerdere gewesten gold.
Tijdens het stadhouderschap van Frederik Hendrik werd de band nog hechter, vooral vanwege André Rivet, dominee van de Waalse kerk in Den Haag, die stierf in 1651.
Zijn stadhouderschap wordt voor Groningen eerst geëffectueerd in 1710 wegens een conflict tussen Stad en Ommelanden.
Zo'n promotie werd gezien als een eerste opstap naar het stadhouderschap.
Ze zouden dan het stadhouderschap over Nederland krijgen.
Ook hadden de Staten van Holland in 1674 het stadhouderschap erfelijk verklaard, alleen had Willem III geen kinderen.
Politiek was Amalia’s invloed tijdens het stadhouderschap van haar man aanvankelijk niet zo heel groot.
De vroege dood van Willem IV in 1751 liet het stadhouderschap toekomen aan de driejarige Willem V die in 1766 meerderjarig werd.
In 1675 werd het Friese stadhouderschap erfelijk verklaard.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl