Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stadsarchitect.

Stadsarchitect

Stadsarchitect | Stadsarchitecten

Stadsarchitect betekenis

een ontwerper van gebouwen die in dienst is van een gemeentelijke overheid

Voorbeeldzinnen (20)

In zijn jonge jaren zal Harmen in de leer geweest zijn bij zijn vader, inmiddels stadsarchitect, maar hij volgde deze niet op in zijn functie; in 1724 zal jongere broer Arij van Bol'es Stadsarchitect worden.

Stadsarchitect van Leiden In 1863 werd Schaap aangesteld als stadsarchitect.

Kaart van Amsterdam door de stadsarchitect Daniel Stalpaert, juist na aanvang van de Vierde Uitleg, rond 1662.

Naar ontwerp van de beroemde stadsarchitect Dudok werden drie siervijvers gegraven en drie heuvels opgericht met de 24 meter hoger 'berg' als hoogtepunt die nu is ingericht als uitkijkpunt.

Vanaf 1926 lagen er op de Markt grijze granieten steentjes waarop in het midden met zwart graniet een windroos was aangebracht naar een ontwerp van de toenmalige stadsarchitect Siebe Jan Bouma.

Als stadsarchitect hield Schaap zich niet alleen bezig met het ontwerpen van bouwwerken ten behoeve van de gemeente maar ook met de infrastructuur en verbeteringen van de gemeentelijke voorzieningen.

Chauchet was een zoon van de stadsarchitect van Bouillon Richard Chauchet en van Jeanne Ruir.

De architecten Jules Kayser (stadsarchitect van Venlo) en H. de Bruyn maakten het ontwerp voor de nieuwbouw.

De aula, muur met entree en twee dienstwoningen uit 1950 van stadsarchitect L.J. Joosten zijn gemeentelijk monument.

De huidige brug was waarschijnlijk oorspronkelijk een ontwerp van de stadsarchitect C.J. de Bruyn Kops uit 1867, uitgevoerd in gietijzer en hout.

De markthal, die werd ontworpen door stadsarchitect Victor von Gegerfelt, werd geopend op 1 november 1874.

Het gebouw werd opgetrokken tussen 1783 en 1787 naar het ontwerp van de stadsarchitect Abraham van der Hart.

Het gebouw werd uitgebreid door de stadsarchitect van Veurne, Jozef Vinck.

Het in 1948 gestichte Museu de Arte Moderna (Museum voor Moderne Kunst) is in 1954 gebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect A.E. Reidy.

Het zeer uitbundig gedecoreerde godshuis werd op initiatief van pastoor Kraus naar het ontwerp van de Koblenzer stadsarchitect H. Nebel opgericht.

Hij werd opgevolgd als stadsarchitect door Gillis van den Eynde (1721).

In 1854 volgde hij Roelandt op als stadsarchitect van Gent, later nam hij ook diens functie als hoogleraar over aan de Gentse universiteit.

In 1863 werd Schaap aangesteld als stadsarchitect.

In 1910 werd hij zelf stadsarchitect en later, vanaf 1920 stedenbouwkundig adviseur waardoor zijn bouwactiviteit enigszins verminderde.

In Haarlem was hij stadsarchitect en van 1902 tot 1930 eerste directeur van Openbare Werken.