Hoe gebruik je Stadschroniqueur in een zin? Bekijk 4 voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt.
Stadschroniqueur in een zin
Context rond Stadschroniqueur
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 17.8 woorden
- Plaats in de zin: 1 begin, 2 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 4 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Stadschroniqueur
- In deze selectie staat "stadschroniqueur" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 17.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral rondsnuffelende en maakte op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "stadschroniqueur".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn de rondsnuffelende stadschroniqueur en hertog de stadschroniqueur de vroedvrouw. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "stadschroniqueur" dicht bij woorden als aaaaa, aaaaahhh en aabo, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met stadschroniqueur
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Borst is voetbalcolumnist en stadschroniqueur van het Algemeen Dagblad. (9 woorden)
Ze hesen daarmee eigenlijk twéé journalisten op het schild: de gezaghebbende politieke commentator en de rondsnuffelende stadschroniqueur. (17 woorden)
De nettenboetster, de hertog, de stadschroniqueur, de vroedvrouw, de schoenmaker, de schoolmeester, de centaur: allemaal verloren zij een kind. (19 woorden)
Beschrijvinge der Stads Leyden maakte stadschroniqueur en burgemeester J.J. Orlers gewag van het jonge talent en stelde dat Rembrandt alleen maar wilde schilderen en tekenen. (26 woorden)
De nettenboetster, de hertog, de stadschroniqueur, de vroedvrouw, de schoenmaker, de schoolmeester, de centaur: allemaal verloren zij een kind. (19 woorden)
Ze hesen daarmee eigenlijk twéé journalisten op het schild: de gezaghebbende politieke commentator en de rondsnuffelende stadschroniqueur. (17 woorden)
Voorbeeldzinnen (4)
De nettenboetster, de hertog, de stadschroniqueur, de vroedvrouw, de schoenmaker, de schoolmeester, de centaur: allemaal verloren zij een kind.
Ze hesen daarmee eigenlijk twéé journalisten op het schild: de gezaghebbende politieke commentator en de rondsnuffelende stadschroniqueur.
Beschrijvinge der Stads Leyden maakte stadschroniqueur en burgemeester J.J. Orlers gewag van het jonge talent en stelde dat Rembrandt alleen maar wilde schilderen en tekenen.
Borst is voetbalcolumnist en stadschroniqueur van het Algemeen Dagblad.
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "stadschroniqueur" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "stadschroniqueur" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl