Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stamelend.

Stamelend

Stamelend | Stamelende

Voorbeeldzinnen (14)

Hamilton onderging het en kon niets anders dan stamelend beamen dat het moment enorm pijnlijk was.

Stamelend vol ongeloof vroeg ze naar het wonder, de afkeuring droop erin door.

Daarop volgde niet veel later een ervaring die hem totaal overrompelde en die hij stamelend neerschreef op een briefje dat hij in de voering van zijn onderkleed naaide en zo de rest van zijn (veel te korte) leven bij zich droeg.

Het enige wat Groothuizen doet is stamelend half een paar grondoorzaken noemen.

Zijn voordracht is soms stamelend, soms robuust; de muziek een fijnzinnige combinatie van elektronische beats, akoestische piano en schuifelende percussie.

Vervolgens komen al die kudtkoppen in Den Haag in beeld, moeilijk kijkend en stamelend dat we "sterker zijn" dan hen.

Casse zorgde voor het emotioneelste tv-moment van het jaar door net na zijn exit een stamelend interview te geven.

Vorige week maakte ik mij in dit hoekje van de krant vrolijk over de dementerende Amerikaanse president Joe Biden, die al een behoorlijk tijdje alles stotterend en stamelend door elkaar haalt.

Celan was bij uitstek een man van taal: polyglot, vertaler, een dichter die stamelend en tastend woorden zocht om het onzegbare te zeggen in een besmette taal.

De evolutietheorie raakt in zwang en religieuzen zoeken stamelend naar een antwoord.

De latere gedichten zijn vaak kort, stamelend, tastend.

Hij leest voor, zacht, traag, stamelend, soms bijna onhoorbaar.

Bijna stamelend, struikelend over zijn gedachten.

Zeker sinds God, na een halve eeuw kwakkelen, weer hot is, wordt de lezer geconfronteerd met dichters die stamelend belijden naar Hem, Haar of Het te verlangen.