Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stapelden.

Stapelden

Voorbeeldzinnen (20)

De afgelopen jaren stapelden zich op dat hier weinig van klopt en dat deze voorvaderen bijvoorbeeld gepantserd waren.

De ruimtes werden groter en de kansen stapelden zich in een hoog tempo op.

De Russen stapelden de flaters op en miskeken zich op de tegenstand.

Het voetbal sprak niet aan, stoeltjes in de Euroborg bleven leeg, sponsorinkomsten liepen terug en schulden stapelden zich op.

In Limburg stapelden de integriteitsaffaires zich afgelopen jaren op.

Later stapelden de wolken zich op en moesten paraplu’s worden bovengehaald, maar dat kon toen al lang de pret niet meer drukken.

De aanwijzingen dat de voetballer na een feestavond woest op zijn neef instak, stapelden zich toen al op.

Incidenten met 'alcohol en drugs in het spel' stapelden zich op, zag rector Niels van der Graaff van het Beekdal Lyceum.

Ook stapelden de incidenten waarbij hij betrokken was zich op.

Stratenmakers gingen voortvarend aan de slag, maar vlak na de oplevering stapelden de problemen zich al snel op.

Toen de coronacrisis uitdoofde, stapelden de problemen zich echter op.

Vanaf dag één stapelden de problemen zich op voor de nieuwe commandant.

De Garderen stapelden kans op kans, maar beloonden zich met één treffer van Robin van Middendorp onvoldoende.

Die aanwijzingen leidden tot weinig actie vanwege de gevangenis en het Bureau, die in de aanloop naar de uiteindelijke dood van Epstein de vergissingen op elkaar stapelden.

Ondanks die stijging stapelden de verliezen van het bedrijf zich op.

Ook de afgelopen weken stapelden de verhalen zich op.

Door veel overnames stapelden de schulden zich op en de situatie werd nijpend toen door de coronacrisis winkels moesten sluiten in België.

Zo trapte Hans Vanaken enkele voorzetten in niemandsland en stapelden de misverstanden bij de thuisploeg zich op.

De schulden van het prinsbisdom stapelden zich evenwel op.

De verliezen stapelden zich op.