Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Staren. Ontdek de betekenis, synoniemen zoals aanstaren of aangapen en hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Staren in een zin
Gerelateerde woorden
Staren betekenis
langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken
Synoniemen van Staren
Gebruik van Staren
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken
- Vergelijkbare woorden zijn onder meer: aanstaren, aangapen, aanschouwen.
- In het voorbeeldencorpus komt staren vaak voor in combinaties zoals: te staren, staren naar, staren op.
Context rond Staren
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 9.6 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 2 midden, 16 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 3 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Staren
- In deze selectie staat "staren" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 9.6 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral mary, raam en demoon op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "staren".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn aan het staren en aan te staren. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "staren" dicht bij woorden als bonen, buizen en flanken, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met staren
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ik wilde niet staren. (4 woorden)
Je bent aan het staren. (5 woorden)
Hij zat maar wat te staren. (6 woorden)
Bij zomergasten sterven je hersencellen minder gauw af dan het staren naar de tour de france waar de liefhebber apathisch met kwijl uit de open mond hersendood naar zit te staren. (31 woorden)
Terwijl ze het pak voor Dima haalde, merkte de verkoopster op dat hij bloedvlekken op zijn overhemd had, en kon er alleen maar geschokt naar staren. (26 woorden)
Sami was met twee andere mensen naar dat kantoor aan het staren. (12 woorden)
Zat je naar mijn benen te staren? (7 woorden)
Waarom zit je naar mijn benen te staren? (8 woorden)
Waarom zit je naar me te staren, demoon? (8 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Bij zomergasten sterven je hersencellen minder gauw af dan het staren naar de tour de france waar de liefhebber apathisch met kwijl uit de open mond hersendood naar zit te staren.
Staren in de verte is staren in jezelf.
Terwijl ze het pak voor Dima haalde, merkte de verkoopster op dat hij bloedvlekken op zijn overhemd had, en kon er alleen maar geschokt naar staren.
Stop met staren, ik weet dat ik er goed uitzie.
Ik kon niet ophouden ernaar te staren.
Zat je naar mijn benen te staren?
Waarom zit je naar mijn benen te staren?
Je bent aan het staren.
Sami was met twee andere mensen naar dat kantoor aan het staren.
Hij zat maar wat te staren.
Tom en Mary staren naar John.
Tom bleef uit het raam staren.
Tom is uit het raam aan het staren.
Je bent altijd aan het staren.
Waarom zit je naar me te staren, demoon?
Stop met me zo aan te staren.
Hij kon niet ophouden haar aan te staren.
Ik wilde niet staren.
Het niet mijn bedoeling om te staren.
Wanneer je een zelfportret schildert, zit je naar jezelf te staren.
Veelvoorkomende combinaties met staren
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- te staren 81×
- staren naar 21×
- staren op 17×
- het staren 10×
- blind staren 9×
- staren in 7×
- staren of 7×
- raam staren 6×
- staren en 6×
- uit staren 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "staren" in een zin?
Wat betekent "staren"?
Wat zijn synoniemen van "staren"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "staren" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl