Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stengelbladeren.

Stengelbladeren

Voorbeeldzinnen (20)

De bovenste, zittende stengelbladeren zijn lancetvormig.

De langwerpige, driehoekig tot lancetvormige, 1-3,5 cm lange en 3-8 mm brede stengelbladeren zijn zittend en aan de basis pijlvormig of geoord en hebben een getande tot fijn getande bladrand.

De lijnvormige, bochtig getande tot gaafrandige, meestal kale stengelbladeren hebben een naar beneden gerolde rand en zijn zittend.

De meestal 3 -5 (12) stengelbladeren hebben aan de achterkant haren.

De meestal kale stengelbladeren zijn vaak gaafrandig, soms getand of iets veerspletig.

De onderste stengelbladeren zijn hartvormig, hoger aan de stengel worden de bladeren driehoekiger, spitser en smaller.

De stengelbladeren daarentegen lopen geleidelijk in een spits uit en zijn smal driehoekig of lancetvormig.

De stengelbladeren zijn kleiner dan de onderste bladeren.

De stengelbladeren zijn smaller en spitser met vaak ten minste een paar bladeren tegenover elkaar staand.

De stengelbladeren zijn vaak bijna zittend.

Er zijn een of twee rechtopstaande stengelbladeren, die kleiner zijn dan de rozetbladeren en een spitse top hebben.

Op de bloemstengel komen nog één of twee rond de stengel geplooide stengelbladeren voor.

Een vorm van schrale, droge gronden is f. met enkelvoudige stengel en bijna of geheel zittende stengelbladeren.

De lichtgroene, glimmende wortelbladeren zijn 3-6 mm breed en evenlang als de stengelbladeren.

Als er stengelbladeren aanwezig zijn dan zijn ze kleiner dan de grondbladeren, zittend en niet geoord met een getande of gladde bladrand.

Bladrozet De meestal kale stengelbladeren zijn vaak gaafrandig, soms getand of iets veerspletig.

De bloemen staan afzonderlijk op lange stelen in de oksels van de bovenste stengelbladeren.

De bovenste stengelbladeren zijn 4 tot 10 cm lang, gepunt en 2-4 cm breed.

De bovenste stengelbladeren zijn niet gesteeld.

De plant heeft verspreid staande stengelbladeren.