Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Sternbergi.

Sternbergi

Sternbergi | Sternbergii

Voorbeeldzinnen (17)

Bij die gelegenheid hernoemde Sternberg Troodon sternbergi Brown & Schlaikjer 1943 tot een Stegoceras sternbergi.

Een vergelijking in grootte tussen G. sternbergi en een mens De schedel van het holotype van G. sternbergi heeft een aanzienlijke omvang en vertegenwoordigt het grootste goed bekende pterosauriërexemplaar uit de Niobrara.

A is het enige bekende volwassen specimen van P. sternbergi, FHSM VP 339. Bij B, UALVP 24238, het holotype van Dawndraco, is in feite alleen de basis van de kam bewaard en de vorm is speculatief.

Behalve deze holotypen zijn ook andere specimina eerder aan P. sternbergi toegeschreven.

Van dit epitheton wordt ook wel de spellingsvariant sternbergi gebruikt, maar naar de huidige regels is zo'n emendatie onjuist.

De bekendste schedel van dit type werd door Harksen P. sternbergi gedoopt.

Daarin onderscheidde hij zelfs twee soorten: Geosternbergia sternbergi en de latere Geosternbergia maiseyi, gebaseerd op specimen KUVP 27821.

Daarom werd het in 1966 door John Christian Harksen benoemd als een nieuwe soort van dat geslacht: Pteranodon sternbergi, waarvan de soortaanduiding Sternberg eerde.

De kam van G. sternbergi verschilt met die van van Pteranodon doordat hij korter is, breed uitlopend is in plaats van spits, een bolle voorrand heeft en meer naar voren gericht is.

Het bovengenoemde specimen achtte hij echter te afwijkend om nog te verklaren als individuele variatie of seksuele dimorfie binnen Geosternbergia sternbergi zodat hiervoor naar zijn mening het beste een derde geslacht benoemd kon worden.

Jongere exemplaren hadden minder goed ontwikkelde kammen en Kellner acht het voorbarig om daarvan te bepalen of ze tot G. sternbergi of Pteranodon behoren.

Kellner gaf daarvoor een nieuwe definitie: de groep bestaande uit de laatste gemeenschappelijke voorouder van Pteranodon longiceps, Geosternbergia sternbergi en Dawndraco kanzai, en al zijn afstammelingen.

Pteranodon sternbergi door John Conway Een directe afstammingsrelatie is moeilijk te bewijzen en wordt ook maar zelden aangenomen.

Caenagnathus sternbergi was gezien de geringe omvang van de kaak van een duidelijk kleiner dier.

Currie suggereerde in 2005 zelfs dat waarschijnlijker was dat Chirostenotes pergracilis en Caenagnathus sternbergi identiek waren, wat zou inhouden dat Caenagnathus collinsi toch een geldige soort is.

In 1971 benoemde Joel Cracraft een nieuwe soort van Caenagnathus : Caenagnathus sternbergi, gebaseerd op holotype CMN 2690, een stuk onderkaak.

In 1978 hernoemde Walter Preston Coombs beide taxa als soorten van Nodosaurus wat een Nodosaurus sternbergi en een Nodosaurus coleii opleverde.