Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stiefbroers.
Voorbeeldzinnen (13)
Twee halfbroers hebben één ouder gemeenschappelijk. Twee stiefbroers hebben zelfs niet één ouder gemeen.
Cinderfella woont samen met zijn boze stiefmoeder en zijn twee stiefbroers.
Daniël en Elias waren zwagers en stiefbroers, en collega's, beiden runden een porseleinwinkel.
De stiefbroers Kotaro Minami en Nobuhiko Akazuki worden op hun 19e verjaardag ontvoerd door de Gorgom organisatie.
De twee zonen worden verplicht samen te wonen in dezelfde kamer als stiefbroers.
Ka-ka heeft een niet al te goede verstandhouding met haar vader, stiefmoeder, drie stiefbroers en stiefzus.
Kinderen lijden vaak onder de dynamiek die een nieuwe stiefouder en misschien ook stiefbroers- of zussen met zich meebrengt, zegt Heije.
Die had namelijk al een broer, twee pleegbroers en twee stiefbroers, maar is nu eindelijk niet meer het enige meisje van het gezin.
Zo erg dat DDT en Oscar vrezen binnenkort samen als stiefbroers aan één familietafel te zullen zitten.
John en Charlie zijn stiefbroers: de ene blank, de andere zwart.
Mijn stiefbroers waren in Nieuw-Zeeland geboren, en die waren dus Engelstalig.
Hij heeft 11 broers en zussen: één "volle" broer, de rest zijn half- of stiefbroers en -zussen.
Tristan gaat naar het strand met zijn stiefbroers om valken te kopen, maar blijft met de Noren praten over een wondermooi schaakspel dat hij op de boot gezien had en hij wordt uitgenodigd voor een partij schaak.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl