Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stierven.

Stierven

Voorbeeldzinnen (20)

Gewassen stierven, dieren stierven, mensen stierven.

Bij de bestorming van het Capitool op 6 januari stierven vier mensen: één werd doodgeschoten door de politie, de anderen stierven een natuurlijke dood.

Dieren die stierven door brand, ruiming, uitval van ventilatie of verkeersongelukken zijn niet meegenomen, maar er stierven er 105.000 bij stalbranden alleen al.

Die was in de weken 14 en 15. Toen stierven 75% meer mensen stierven dan normaal.

Naar schatting stierven meer dan 3000 mensen door experimenten van Eenheid 731. Daarnaast stierven nog duizenden anderen in China door Japanse biologische aanvallen, maar een concreet cijfer ontbreekt hiervoor.

Vele baby's stierven in het geboortebed en velen peutertjes stierven aan allerlei kwalen wegens ondervoeding.

Nou ja, ze stierven nog steeds voor democratie als daarmee bedoelt wordt dat ze stierven terwijl ze voor democratie streden.

Sommigen stierven al na een dag; de meesten hielden het hier 2 tot 3 maanden uit voordat ze de hongerdood stierven; een enkeling wist iets langer te overleven.

De soldaten die in een oorlog omkwamen, vrouwen die op hun kraambed stierven en mensen die werden geofferd of aan een ziekte stierven, hadden uitzicht op een gelukkig bestaan in het hiernamaals van de regengod Tláloc.

Acht personen stierven als gevolg van het tangena-oordeel, veertien werden gestenigd en ongeveer dertig personen stierven in ballingschap.

Bron: (2010) The eleven Letters of William Adams (brief nr. 2), p. 40 Drie bemanningsleden stierven een dag na aankomst, de rest herstelde op drie na die lange tijd ziek bleven en uiteindelijk stierven.

De medaille kon postuum worden toegekend aan die gevangenen die werden gedood, stierven aan de ontberingen van de gevangenschap of stierven aan tijdens de gevangenschap opgelopen verwondingen.

Louisa Darby en haar kind stierven, Thomas Bevan, zijn vrouw en zijn kinderen stierven twee maanden later.

Veel van de arbeiders stierven van honger.

Vele mannen stierven op zee.

Zij stierven voor de vrijheid.

Tweehonderd mensen stierven vorig jaar aan cholera.

Ze stierven na een paar maanden.

Veel mensen stierven als gevolg van de oorlog.

Tussen de 1490 en 1635 mensen stierven bij het zinken van de Titanic.