Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Stoïcijns.

Stoïcijns

Stoïcijns betekenis

dat je niet snel geestelijk uit je evenwicht te brengen bent

Synoniemen van Stoïcijns

Voorbeeldzinnen (20)

Tom bleef stoïcijns.

Ik haat het, als hij zo stoïcijns doet.

De Amerikaan van 1.70 meter liep ogenschijnlijk stoïcijns door de regen over de baan van Royal Liverpool – geen enkel moment kwam zijn overwinning van het 151ste Brits Open in gevaar.

De ontlading is geweest, de rust wederkeert in mij, en nu ik mijn ros weer stoïcijns voorttrap, bedenk ik mij dat het huisartsenvak zo slecht nog niet is.

Deze renners staren stoïcijns naar het schermpje op het stuur en weten precies hoe hard ze moeten rijden om het tot de finish vol te houden.

Die van ons blijven er ook altijd stoïcijns onder.

Een pathologische leugenaar is eigenlijk een heel goede politicus en, stoïcijns, niets blijft plakken (Teflon).

En hij bleef stoïcijns verveeld en een tikje hooghartig voor zich uit staren.

En je blijft maar stoïcijns liegen.

Hij oogt stoïcijns, soms nors, maar na zijn terugkeer zag Nederland ook een Bergwijn die zich de resultaten van zijn ploeg aantrok en in de horrorreeks een paar keer met trillende stem voor de camera verscheen.

Ook Panaitios hield aan die analyse vast, en was op dit punt weer erg orthodox stoïcijns.

Rutte 3 heeft gewoon een mandaat gekregen om door te gaan: D66 is als regeringspartij gegroeid en de CU gaat stoïcijns voort.

Toch bleef de Mechelse er haast stoïcijns onder.

Van de Zandschulp lijkt de wereld immer stoïcijns te benaderen.

Ze las het stoïcijns van een briefje.

Ze was soulvol, charismatisch, stoïcijns - een superster.

Zijn gehoofddoekte vrouw kijkt stoïcijns voor zich uit.

Al eerder dit seizoen heeft de ploeg aangetoond stoïcijns te kunnen blijven en ook lastige uitwedstrijden te kunnen winnen.

Als hij zo stoïcijns zou zijn als ik, dan zou hij zijn niveau niet halen.

Boer Kees Huizinga, inmiddels de bekendste Nederlander in Oekraïne, ging afgelopen jaar stoïcijns door met ploegen, zaaien, oogsten.