Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stoett.

Stoett

Voorbeeldzinnen (20)

De uitdrukking wordt ook vermeld door de bekende taalkundige F.A. Stoett.

De vermaarde Nederlandse taalkundige F.A. Stoett vermeldt dat eerder ook wel eens gezegd werd dat teleurgestelde mensen “van een kale kermis” thuiskwam.

Genootschap OnzeTaal verwijst net als de oude taalkundige F.A. Stoett tot slot nog op een andere mogelijke verklaring.

Volgens de bekende taalkundige Frederik August Stoett (1863-1936) komt de woordcombinatie al zeker sinds de voor.

Volgens Stoett hebben de woorden ‘koud’ en ‘kaal’ in deze uitdrukking de betekenis van ‘onbetekenend’ of ‘slecht’.

Net als andere taalkundigen ziet Stoett hier dus geen verband met de rangonderscheidingstekens op uniformen.

Dat dit soort betekenisloze alliteraties in de volkstaal vaak voorkomen is een feit, maar de mening van Stoett is ook niet meer dan een aanname.

Stoett wijst in dit verband ook op de in Zuid-Nederland vroeger bekende uitdrukking ‘voor de pinne komen’, die werd gebruikt om aan te geven dat iemand voor de rechtbank moest verschijnen.

Die joodse school werd ontworpen door H.R. Stoett en was open van 1886 tot 1943.

In 1881 werd het gebouw ingrijpend verbouwd door de architect Stoett.

Stoett vraagt zich in zijn boek "Nederlandsche spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden" af of jetje een verbastering is van sajet, waardoor 'm van jetje geven in verband zou kunnen staan met iemand van katoen geven.

Volgens de bekende taalkundige F.A. Stoett wordt de uitdrukking al zeker sinds de achttiende eeuw gebruikt.

Volgens de bekende taalonderzoeker F.A. Stoett had hij vroeger echter een andere betekenis dan tegenwoordig.

De taalkundige F.A. Stoett kwam in de jaren 1920 met een heel andere verklaring.

De uitdrukking ‘weten waar Abraham de mosterd haalt’ kan volgens Stoett gewoon heel letterlijk genomen worden.

Dit boek stelt – in navolging van F.A. Stoett – dat de origine van ‘op zijn elfendertigst’ in het Friese heen-en-weer-gereis gezocht moet worden.

Er wordt ook wel gesteld, onder meer door de taaluitlegger F.A. Stoett in de jaren 1920, dat het begrip haverklap een inkorting zou zijn van de term zaadhulsel bij haver.

Laatstgenoemde variant werd sowieso tot het begin van de twintigste eeuw veel gebruikt, aldus de taalkundige F.A. Stoett.

Letterlijk betekent ‘de kroon spannen’ dat iemand zich een ‘crone’ (kroon, Stoett noemt de ‘crone’ een ) om het hoofd liet sluiten.

Taalkundige F.A. Stoett (1863-1936) haalde de uitdrukking ook aan in zijn beroemde Spreekwoordenboek.