Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stonk.

Stonk

Stonk | Stonken

Voorbeeldzinnen (20)

"Het was een grote vuilcontainer," zei Dima, "en er was een heleboel eten, dus... het was niet direct oncomfortabel. Maar ja, het stonk wel nog erger dan het achterste van een ezel."

Het huis stonk.

De kamer stonk naar tabak.

In de kamer stonk het naar tabak.

Het stonk vreselijk naar bedorven voedsel in de vuilnisbak.

Hij stonk naar alcohol.

Sami's kamer stonk.

De mist stonk naar olie.

Ik rook dat ie stonk als een varken.

Vorige keer stonk het huis drie dagen.

Mijn vader stonk naar natte geit.

Je werd zo dik en stonk zo smerig... dat het hele district onvermijdelijk van je gedrag moest horen.

De eerste auto die jullie kochten... was een tweedehands Rover die naar vis en patat stonk.

Aan boord bevonden zich 120 passagiers, waaronder veel officiers, vrouwen en kinderen en het stonk er fameus; de vrouwen waren leelijk en zaten met ontzaggelijke waaijers zich te bewaaijen, Penn zegt, hij hoorde het er stinken.

Alles stonk heb me altijd al afgevraagd of het allemaal wel gezond was.

De wereld stonk er mooi in gisteravond.

Het voer stonk en vertoonde zwarte plekken doordat het bedorven was.

Seriemoordenaar Ramon Escobar (52) bekende zijn celgenoot Juan Villanueva (53) te hebben gewurgd omdat die volgens hem “stonk”.

Slotema: ‘Het stonk er vreselijk, de ramen konden niet open, het was er koud en vochtig.

Ze hadden een donkere huid en gitzwart haar en hun synthetische kleding stonk naar zweet.