Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Stoomkoker.

Stoomkoker

Stoomkoker | Stoomkokers

Stoomkoker betekenis

een huishoudelijk apparaat waarmee men voedsel kan stomen

Voorbeeldzinnen (4)

Een stoomkoker bestaat uit een waterreservoir met een verwarmingselement met daarboven mandjes voor verschillende voedingsmiddelen.

Bijv. eerst de rijst in de stoomkoker doen en pas na tien minuten de groenten toevoegen in een aparte schaal.

Met de stoomkoker kun je lekker en gezond kokenStoomkoken is een manier van koken waarbij groenten, rijst, vis of vlees op een gezonde manier worden klaargemaakt.

Blancheren in hete stoom Het product wordt in een stoomkoker geplaatst, waarna het juiste programma wordt ingesteld.