Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Strompelt.

Strompelt

Voorbeeldzinnen (20)

Ze begint te gillen, en deze verliezer strompelt de auto uit.

Een eenzame Russische soldaat strompelt over een spoor door een open veld.

Een mannelijke figurant strompelt uit de bus.

Zijn er derhalve medeverantwoordelijk voor dat dit land van crisis naar crisis strompelt.

Ajax strompelt min of meer op de titel af, en juist daarom had PSV, dat aardig in vorm was, dienen te winnen.

De voetganger stopt, draait zich om, gooit z’n spullen op de grond, strompelt even en maakt vervolgens een heuse koprol op het asfalt.

Het weekblad nam in zijn laatste editie het beleid van de Reyerslaan onder de loep, en stelt zelfs dat de openbare omroep “van rel naar incident strompelt”.

John Jansen van Galen is inmiddels veilig opgeborgen in het Rosa Spierhuis waar hij halma speelt met oom Bert Vuijsje of strompelt hij rond op een ander olifantenkerkhof der oudlinkse creatieven.

Met haar enkel in het gips en haar ziel onder haar arm strompelt zij daarna in Encore door het leven.

Bullshit natuurlijk, toen al. En zo strompelt de maar aanklooiende Hugo verder.

De fitte atleet van nog geen vingerknip geleden, strompelt nu als een dronkaard die vecht tegen de zwaartekracht.

De formatie zit muurvast, het kabinet strompelt meer dood dan levend voort, Rutte is naar het zich laat aanzien staatsrechtelijk ontzettend de fout in gegaan met het ontslag van Mona Keijzer.

De spaarzame oer Rotterdammer rent of strompelt niet zelden met verwondingen richting de tijdelijke enclave.

Die hobbelaar die als laatste het frame in strompelt gaat niet meer ver komen denk ik.

Inter strompelt naar de titel.

Maar de chaos kruipt ook onder haar crinoline, en uiteindelijk strompelt ze na een brute operatie rond op halve beentjes.

Nog niet veel ophef te bemerken, de kameel strompelt nog wel even voort.

Volgens de Oostenrijkse bondskanselier Alexander Schallenberg strompelt zijn land “een pandemie van ongevaccineerden” in.

De doodzieke Hanne (Margot Hallemans) strompelt de keuken binnen en zakt daar door de benen.

De man strompelt richting de balie om een kaartje te kopen.