Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Taaie.

Taaie

Taaie betekenis

iemand die niet snel opgeeft

Synoniemen van Taaie

Voorbeeldzinnen (20)

De eieren overleven de droge zomermaanden in hun zeer taaie eierpakketten die worden gemaakt door zandkorrels met een taaie lijm samen te binden.

Tom heeft een taaie, atletische lichaamsbouw.

Tom is een taaie jongen.

Wat een taaie rakker!

Tom is een taaie.

Voor een wetsdienaar van één dag... was hij een taaie klootzak.

Ik ben 'n taaie, koele carrièrevrouw... en ik heb niets te zeggen tegen een veearts uit Hadleyville.

Dan merk je dat een werker de taaie is.

Hij is een taaie knul.

Je bent een taaie, toch?

Ik ben een taaie klootzak.

Hij was heel slim, heel beleefd, maar wel een taaie.

Aerts: “Dat was inderdaad een taaie periode, waarin Marie en ik louter met ons tweetjes aan een enorm project werkten.

Bij het ingaan van de voorlaatste ronde zette hij zijn Red Bull voorbij de Aston Martin van Alonso, maar de taaie Spanjaard haalde hem een ronde later weer in.

Dat was taaie kost, want het was niet om aan te gluren.

De aandelenkoers is tijdens de taaie onderhandelingen met de vakbonden redelijk stabiel gebleven.

De N-VA-voorzitter liep corona op begin april en het blijkt een taaie besmetting: “Ik heb sindsdien een soort blok op mijn luchtwegen.

De uitspraak is de langverwachte ontknoping van een taaie juridische strijd.

Femke is wel een taaie.

Krijg je wel het taaie deel.