Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Taakje.
Voorbeeldzinnen (20)
Dat zou eigenlijk het motto van de Nederlandse Krijgsmacht moeten worden, gegeven hun ondeugende taakje voor de Staat.
Echter, zo’n ommezwaai in relatief korte tijd is nogal een taakje.
Kregen we een taakje, dan diende het in de klas muisstil te zijn.
Maar waarom zou jij dat doen, als je het vervelende taakje ook aan de computer kunt overlaten?
Misschien een taakje voor Spot, de robothond?
Misschien krijgen die tijdelijk een flut taakje of misschien is het zelfs rendabeler om die een aantal maanden thuis te laten zitten voor dat hun contracten vanzelf verlopen.
We geven ze er nog een taakje bij.
De sleutel is je kind uit te nodigen voor een simpel en snel taakje, bijvoorbeeld knoflook persen.
Ik vraag ze of ik mijn taakje goed uitvoer − moet het gat dieper?
Dat taakje was wel weggelegd voor de man ‘die altijd zoekt naar oplossingen’, zo dachten de onderhandelaars.
Heeft ze ook een taakje.
Stilzwijgend wordt de provincie uitgekleed, steeds gaat er een laagje af, een taakje hier, een geldpotje daar.
Een Noors jongetje en een meisje moeten hetzelfde eenvoudige taakje uitvoeren: de blauwe ballen moeten in de ene bak en de roze ballen in de andere.
Urenlang voeren ze hetzelfde eentonige taakje uit, zes dagen per week.
Het enige taakje van Klaver in deze formatie is het binnenhalen van vergroeningsmaatregelen.
Of docenten zijn met zoveel tegelijk bezig, dat een taakje als een PowerPoint maken even niet te behappen is.
Iedereen heeft zijn eigen taakje.
We zijn ongeveer met acht vrijwilligers en iedereen heeft zo zijn taakje”, vertelt Marc.
Het is een taakje dat ik gaf aan haar: zij mag vertellen over haar broer aan haar twee zusjes.
Later leerde ik schrijven en kreeg ik ook op school als taakje om zulke verhaaltjes te maken en dat vond ik heel leuk om te doen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl