Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tandjesgras.

Tandjesgras

Tandjesgras betekenis

een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (). De plant komt van nature voor in Europa en Noordwest-Afrika. De plant vormt dichte, harde pollen en wordt 15-60 cm hoog. De gladde stengels kunnen liggen, opgaan of rechtop staan. De van boven grijs-donkergroene en van onderen glanzende bladeren en bladschede zijn gewimperd

Voorbeeldzinnen (4)

Als waardplanten worden diverse grassen gebruikt, met name zwenkgras (Festuca), borstelgras (Nardus stricta) en tandjesgras (Danthonia decumbens) gebruikt.

De belangrijkste ken- en begeleidende soorten zijn: Eenstijlige meidoorn Betonie Groene nachtorchis Welriekende nachtorchis Herfstschroeforchis Hondsviooltje Tandjesgras Gevinde kortsteel Groot laddermos ; Boomlaag : Geen soorten.

De benaming is afkomstig van de wetenschappelijke naam van het tandjesgras (Sieglingia decumbens), een differentiërende soort voor deze sub-associatie ten opzichte van typicum.

Het onderste, 4,8 mm lange, langs de randen gewimperde kroonkafje heeft aan de top drie tanden, vandaar de naam tandjesgras en in het Duits Dreizahn (drietand).