Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tarsale.

Tarsale

Voorbeeldzinnen (20)

In 2018 bleek dat Rjabinin in 1945 de losse onderzijde van het dijbeen voor een sprongbeen had aangezien, het hielbeen voor een tweede tarsale en het echte sprongbeen voor een derde tarsale.

Aanvullende eigenschappen zijn: er lopen knobbels over het postorbitale en jukbeen; de achterste tak van het jukbeen is gevorkt; er zijn drie onderste tarsalia in de enkel; het eerste en tweede onderste tarsale is vergroeid.

Bovenaan raakt het het vierde tarsale.

De achterrand van het derde tarsale toont een paar uithollingen van ongelijke grootte.

De buitenste onderrand vormt een uitholling waar de binnenrand van het vierde tarsale in past.

Die interpretatie wordt echter onzeker gemaakt doordat het volgens Blows ook om een stuk sacrale rib of een carpale dan wel tarsale zou kunnen gaan.

Er is een derde, vierde en wellicht vijfde tarsale gevonden.

Er is in beide enkels één onderste tarsale gevonden, vermoedelijk een vierde, een vijfhoekig element.

Het andere proximale tarsale, de astragalus (of talus), is waarschijnlijk een massa gevormd door de fusie van het intermedium, tibiale en het vierde (en mogelijk ook het derde) centrale.

Het bewaart het rechterquadratojugale, de symfyse van de onderkaken, vier zijuitsteeksels van de halswervels, het bovenste deel van een zevende nekrib, het bovenste stuk van een voorste linkerrib en een mogelijk onderste tarsale van de enkel.

Het derde tarsale heeft in bovenaanzicht een bolle voorste buitenrand.

Het derde tarsale is relatief langwerpig van voor naar achter.

Het onderste derde en vierde tarsale zijn bij volwassen dieren vergroeid met elkaar en met de bovenkant van de middenvoet.

Het vierde onderste tarsale draagt een uitsteeksel aan de voorste bovenkant.

Het vierde tarsale is achtenzeventig millimeter lang en negenenzestig millimeter breed overdwars.

Kinderen met tarsale coalitie moeten worden verwezen naar de orthopeed.

Seladerma tarsale is een vliesvleugelig insect uit de familie Pteromalidae.

Vanaf de enkel of de pols (het carpale en het tarsale gewricht ) verandert dit echter.

Aan de voorkant van het vierde tarsale bevindt zich een uitsteeksel.

Door de tarsale kam aan het pootuiteinde wordt het pootoppervlak vergroot en kan de wesp efficiënter grond verzetten.