Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tarsometatarsus.

Tarsometatarsus

Voorbeeldzinnen (19)

De achterzijde van de tarsometatarsus heeft scherpe binnen- en buitenranden.

De achterzijde van de tarsometatarsus is niet uitgehold.

De middenvoet is met de onderste tarsalia vergroeid tot een tarsometatarsus.

De middenvoet is vergroeid tot een tarsometatarsus maar de afzonderlijke middenvoetsbeenderen zijn nog zichtbaar en liggen in één vlak.

De middenvoetsbeenderen zijn over de volle lengte vergroeid tot een tarsometatarsus.

De praemaxillae waren al wel versmolten evenals het synsacrum en de pygostyle maar de carpometacarpus, tibiotarsus en tarsometatarsus van respectievelijk handen en onderbenen nog niet.

De tarsometatarsus heeft aan de binnenzijde een goed ontwikkelde kam op de zool maar de kam aan de buitenzijde is zwak ontwikkeld.

De tarsometatarsus van vogels wordt desondanks vaak simpel als tarsus of metatarsus aangeduid.

Hoewel zijn tarsometatarsus verschillen vertoont met die van de andere soorten in de Phorusrhacinae, vormen deze geen aanwijzingen dat Kelenken geen phorusrhacine is; iedere soort heeft zijn eigen afwijkende kenmerken.

Hun tarsometatarsus wijkt verder af door cotylen die even hoog zijn en een eminentia intercondylaris die een uitholling heeft voor een gewrichtskapsel.

De lengte van de tibiotarsus (37 cm) en van de tarsometatarsus (31,5 cm) zijn echter gekend.

De oudste restanten van deze groep stammen van het late Trias (meer dan 200 miljoen jaar geleden), waarmee ze bijna 100 miljoen jaar vroeger voorkwamen dan de eerste vogels met een tarsometatarsus.

De voet, 153 millimeter lang, is sterk arctometatarsaal: het tweede en vierde middenvoetsbeen raken elkaar bovenaan en dringen zo het derde middenvoetsbeen van de enkel, met de botten waarvan ze zelf vergroeid zijn tot een tarsometatarsus.

Voet Schets van de achterkant van de tarsometatarsus van het holotype De gevonden delen van de voet bestaan uit een linkertarsometatarsus en twee aaneengesloten stukken van een derde bovenste teenkootje.

De cotylae van de tarsometatarsus zijn afgerond en aan de binnenkant vormt de hypotarsus een duidelijke kam met een licht geprononceerde rand aan de buitenkant.

De lengte van de tarsometatarsus bedraagt maar 85% van die van het dijbeen en zelfs maar 55% van die van de tibiotarsus.

Gevonden materiaal Het holotype van Devincenzia pozzi (MACN-6554 en 6681) bestaat uit het distale deel van de rechter tarsometatarsus en het eerste teenkootje van teen II.

Met de phorusrhacine Titanis wordt het kenmerk gedeeld van een vlakke onderste achterkant van de tarsometatarsus.

Riacama Rostrornis bovenaanzicht van de tarsometatarsus van MLP-112; de foutief geplaatste trochlea bevindt zich op de foto aan de rechterkant Rostrornis werd beschreven in 1891 door Moreno & Mercerat met als typesoort R. floweri.